Warempel
Een woord dat al bijna in het Museum van het Vergeten Woord is beland
En warempel! Na Jimmy Dijk van de SP, kwamen ook CDA-leidsman Henri Bontenbal en Christenunie-kopstuk Mirjam Bikker motie-spijt betuigen.
Wie de politiek in Nederland een beetje volgt, weet waar we het over hebben: de motie Becker om te onderzoeken hoe het staat met de normen en waarden van migranten in Nederland. Maar, ho, stop, laten we niet in politiek gebazel verzanden. Het gaat hier tenslotte om De Grappigste Woorden en niet om het al dan niet een bloody shame zijn van dat voorstel van die VVD-juffrouw.
Zeg nou zelf: hoort u iemand van onder de veertig nog weleens het woord warempel gebruiken?
We gaan het hebben over warempel. We móéten het hebben over warempel, want zeg nou zelf: hoort u iemand van onder de veertig dat woord nog weleens gebruiken? Nee toch? Op de seniorenkaartclub zullen ze het nog weleens zeggen (“Warempel Piet, we gaan nat!”), maar de kans is groot dat het met een jaar of tien voorgoed verkast naar de vitrines van het Museum van het Vergeten Woord.
Spijtig? Een beetje misschien, maar zo gaat dat nu eenmaal: taal leeft, taal evolueert. Er komen nieuwe woorden bij en er vallen woorden af. Zoals warempel dus over een tijdje en zoals al gebeurd is met waratje en warentich, twee andere vervorming van waarachtig. Want dat is waar warempel vandaan komt: waarachtig. ‘Zowaar’, ‘werkelijk’, ‘echt’ dus. Een uitroep van verbazing meestal.
Braken
Warempel draait al heel wat eeuwen mee in het Nederlands. Het wordt voor het eerst gevonden in een klucht uit 1720. In De Puiterveensche helleveeg beklaagt een man zich over zijn vrouw, die hem heeft opgedragen om hun kind te verschonen. De arme drommel moet kokhalzen van de taak die hem is toebedeeld en meldt: “Warempel, ’t is om long en leever uit te braaken.”
Het deel empel in het woord waarempel is een beetje vreemd. Dat komt in geen enkel ander Nederlands woord voor als achtervoegsel. Ja, je hebt stempel en drempel en hindoetempel, maar dat bedoelen we niet.
Taalkundige Michiel de Vaan oppert in een artikel in het online tijdschrift Neerlandistiek dat er een verband zou kunnen bestaan tussen het empel in waarempel en het Noord-Hollandse remp (‘visafval’) of rempeling (‘er slecht uitzien’, ‘rimpelig’). Dat zou natuurlijk zomaar kunnen en het klinkt ook grappig. Maar hoe dat dan zo gekomen is? Geen idee. Dat zal misschien wel altijd een raadsel blijven.


